Artikelen van Erik Weijers

Wachtrijen

(column in Martin Bril-stijl)

Ik heb afgerekend aan de kassa maar kan nog niet weg. De persoon met wie ik samen boodschappen doe, heeft vertraging in zijn wachtrij, vandaar. Het is bekend dat wachtrijen de minder verheven gevoelens in de mens bovenbrengen. Leedvermaak in dit geval, ware het niet dat mijn lot verbonden is met dat van mijn winkelgenoot. En geldt dat niet voor iedereen in deze supermarkt? Het kiezen van een wachtrij als symbool voor de keuzes in ons leven - ik ben wel in vorm vandaag. Ik parkeer mijn wagentje bij een houten bankje en ga zitten wachten.

In zo’n geval moeten we mild zijn in onze observaties.

Het filiaal is ruim opgezet. De gangpaden zijn lekker breed en de plafonds flink hoog. Zelfs voorbij de kassa’s is er zoveel ruimte dat de klanten zich niet afgeserveerd hoeven te voelen. Hier is een gevoelig en mensvriendelijk architect aan het werk geweest. Niet dat zuinige met kubieke meters. Zou het filiaal gebouwd zijn in opdracht van de winkelketen zelf? Of zou het door overname in bezit zijn gekomen? Ik vermoed het eerste, maar uitzoeken zal ik dit natuurlijk nooit. En dat is maar beter zo.

Een lange reeks kassameisjes zit onder het licht van de supermarktlampen. Ze werken vlot en geconcentreerd, hun handelingen bekrachtigd door piepjes. Er wordt in deze winkel niet op luide toon geroepen naar elkaar, het werk heeft voorrang. De vlijt van fabrieksmeisjes in oorlogstijd: het doet me iets. Elk draagt hetzelfde blauwe supermarktuniform. Ik voel dankbaarheid dat de trend van individuele expressie op een zeker punt heeft haltgehouden, namelijk bij onze winkelbedrijven en posterijen. 

Maar genoeg over kledingvoorschriften.

Bij één kassameisje blijft mijn blik hangen. Ze werkt met de blozende concentratie van wat waarschijnlijk haar eerste werkweek is. Omdat ze nog niet zo handig is, moet ze soms een artikel meerdere keren over de scanner halen. Haar hartelijkheid echter vergoedt alles. Ze maakt het maximale van de weinig diepgaande verstandhouding die nu eenmaal mogelijk is tussen klant en caissière. Sommige klanten beantwoorden haar vriendelijkheid, andere zijn minder wellevend.

Dan is mijn winkelgenoot aan de beurt bij haar. Ze begroet hem glimlachend. Hij staat te rommelen in zijn portemonnee en ziet het niet. Ze start de lopende band en de artikelen worden gescand. Bij het vijfde of zesde artikel probeert ze nogmaals oogcontact te maken en stelt een goedbedoelde vraag. Hij mompelt iets, terwijl hij druk bezig is met het in de tas proppen van zijn boodschappen.

Hij neemt de kassabon niet aan.

Eenmaal buiten lopen we naar mijn auto. We hebben het over het merk diepvriespizza van onze voorkeur. Maar ik wil hem eigenlijk vragen waarom hij zo weinig attent was voor die aardige caissière. Dat soort menslievendheid mag toch niet onbeantwoord blijven. Een doodzonde is het niet, maar toch wel een vorm van in gebreke blijven. En tja, dat gebeurt iedereen wel eens.

---------

juli 2006

Met dank aan

Janine Bruinooge

Powered By Website Baker