Artikelen van Erik Weijers

Samenvatting

The origin of consciousness in the breakdown of the bicameral mind

[Read the translation]

Hoe keek een mens die vijfduizend jaar geleden leefde tegen zichzelf aan? Hoe maakte hij keuzes en hoe reflecteerde hij op zijn daden?

Julian Jaynes geeft een radicaal antwoord op deze vraag: tot enkele duizenden jaren geleden keken mensen helemaal niet tegen zichzelf aan. Ze hadden die vaardigheid niet: ze hadden geen introspectie en evenmin een concept van ‘zelf’ dat ze konden beschouwen en veranderen. Kortom, ze hadden geen subjectief bewustzijn. Hun mentale leven noemt Jaynes de bicameral mind. Dat wil zeggen, de 'tweekamerige' geest die verdeeld was in een godkant en een menskant. De menskant hoorde stemmen, en ervaarde die als afkomstig van de goden. Deze goden waren geen oordelende, ethische of onkenbare goden ‘in de hemel’, maar meer een soort persoonlijke probleemoplossers van elk mens. Ze gaven antwoord op de problemen waarop geen routinematig antwoord bestond.

Om misverstanden te voorkomen: De bicamerale mensen waren geen barbaren met knotsen die eenlettergrepige klanken uitstootten. Ook de niet-bewuste mensheid had een volwaardige taal. Maar taal is volgens Jaynes geen voldoende voorwaarde voor bewustzijn. Het gaat er juist om welke concepten een taal bevat. Bewustzijn in de zin van Jaynes is een gereedschapskist van conceptuele werktuigen die we niet ‘gratis bij de hardware hebben gekregen’. Het is een pakket ‘software’ dat stap voor stap is uitgevonden, net als echte werktuigen zoals het wiel. De belangrijkste overgangsperiode vond plaats tussen 1000 en 500 v. Chr., een tijdperk waaruit tekstuele bronnen beschikbaar zijn: de belangrijkste zijn de Ilias, de Odyssee en natuurlijk de Bijbel.

Bewustzijn volgens Jaynes

Het is belangrijk om eerst te definiëren wat Jaynes verstaat onder bewustzijn. Het is voor hem iets anders dan waarneming of sensatie en daarmee vallen veel alledaagse bijbetekenissen van het woord af. De 'bewuste ervaring' van een felle kleur rood of een hevige pijn bijvoorbeeld. Deze subjectieve ervaring, dat raadselachtige aspect van ons mentale leven, is niet wat Jaynes wil verklaren. Hoezeer hij ongetwijfeld ook geboeid is door de vraag 'waar de kleur rood is' als wij naar de ondergaande zon kijken - allemaal grijze cellen daarbinnen, nietwaar? - wat hij wil weten, is hoe het gekomen is dat we ons sinds kort deze vraag kunnen stellen! De vraag naar de ervaring van de ondergaande zon vooronderstelt een geavanceerde manier om naar onszelf te kijken, een geavanceerde theory of mind. Hoe is die tot stand gekomen?

Wat is bewustzijn dan wel in Jaynes' definitie? Als eerste aanzet: het is een proces, geen onmiddellijke sensatie. Het is een manier van denken die de mens in staat stelt om zelf afwegingen en beslissingen te maken. Stemmen van goden of andere boven hem gestelden heeft hij niet nodig. Hij heeft de vaardigheid om zichzelf als bewust wezen voor te stellen: als individu met herinneringen, een verleden, een toekomst, een (min of meer) vrije wil. Een bewust individu kan zichzelf 'van bovenaf' beschouwen en aansturen. Hij heeft als het ware gereedschappen om scenes uit zijn leven te isoleren en deze te projecteren op een denkbeeldig scherm. Om ze naar hartelust te editen, te knippen en plakken tot nieuwe scenario's.

Waar komt die vaardigheid vandaan? Jaynes:

Subjective conscious mind is an analog of what is called the real world. It is built up with a vocabulary or lexical field whose terms are all metaphors or analogs of behavior in the physical world.

Wat betekent metaphors or analogs of behavior in the real world? Het betekent dat de 'taal waarin we bewust nadenken' een uit beeldspraak opgebouwde taal is. Neem het begrip geheugen. We stellen ons dit ongeveer voor als een container waar dingen in kunnen, die vol kan raken, waar je soms tevergeefs in zit te tasten, enzovoort. Zo'n container bestaat niet echt, maar is een nuttig verzinsel om te praten over dit deel van ons psychologische leven.

Ons hele mentale vocabulaire is als je er bij nadenkt overdrachtelijk. Zelfs de manier waarop we ons tijd voorstellen is metaforisch: een ruimtelijke uitgestrektheid. We plaatsen gebeurtenissen op een tijdlijn, waar voor en achter analoog zijn aan aan voor en na in de tijd. Zo kan een coherent verhaal over je ‘zelf’ verteld worden, die prachtige constructie. Kom er maar eens op! Dit is wat mensen ooit hebben moeten uitvinden.

De bicameral mind van de Ilias

Hoe zag de wereld er uit voordat bewustzijn bestond? Jaynes beroept zich voor een belangrijk deel van zijn argumentatie op het Griekse heldendicht de Ilias (achtste eeuw v. Chr.). Dit boek is geschreven in een periode waarin de bicamerale mentaliteit al in verval aan het raken was, maar nog wel 'operationeel was'.

Het opmerkelijke van de helden van de Ilias is dat ze geen initiatief hebben en hun gedrag niet beredeneren. Alles wordt hen door de goden ingegeven. De god fluistert (of schreeuwt) de mens iets in en deze handelt hiernaar. De god beschikt en de mens heeft niet eens de mogelijkheid om te wikken.

The characters of the Iliad do not sit down and think out what to do. They have no conscious minds such as we say we have, and certainly no introspections. It is impossible for us with our subjectivity to appreciate what it was like. When Agamemnon, king of men, robs Achilles of his mistress, it is a god that grasps Achilles by his yellow hair and warns him not to strike Agamemnon (1:197ff.). It is a god who then rises out of the gray sea and consoles him in his tears of wrath on the beach by his black ships, […] a god who leads the armies into battle, who speaks to each soldier at the turning points, who debates and teaches Hector what he must do, […]

De voortdurende betrokkenheid van goden wordt door veel geschiedkundigen beschouwd als slechts een poëtisch middel van de schrijver(s) van de Ilias, een speelse manier om het gedrag van de personages te illustreren. Jaynes beweert echter dat de goden niet als een literaire gril moeten worden beschouwd. Het gebruik ervan weerspiegelt simpelweg het mentale leven van de mensen destijds.

Deze goden zijn zoals gezegd geen oordelende, ethische of onkenbare goden ‘in de hemel’, maar meer een soort persoonlijke probleemoplossers van elk mens. De mens hoort in problematische situaties van de god wat hij moet doen, volgens Jaynes op een vergelijkbare manier waarop schizofrenen soms stemmen horen vertellen wat ze moeten doen.

Dit is dus de bicameral mind of tweekamerige geest. Een geest die nog niet individu (ongedeeld) is, en geen bewuste beslissingen maakt. In zekere zin maakt deze mens helemaal geen beslissingen, hij handelt alleen op basis van wat zijn godkant hem inspreekt.

De oorsprong van de bicamerale geest

Jaynes speculeert over de oorsprong van de gespleten aard van de bicameral mind. Stel je een fase in de evolutie van de menselijke soort voor, zo vraagt hij ons, waarin er een primitieve taal was, maar waarin deze nog lang niet geavanceerd genoeg was voor bewustzijn. We stellen ons een kleine groep mensachtige jagers/verzamelaars voor. Taal was voor hen uiteraard een geweldig gereedschap voor het uitwisselen van informatie en het uitoefenen van gezag. In een vroege ontwikkelingsfase moet taal hoorbaar, extern geweest zijn. Pas toen ingewikkelde handelingen door mensen in afzondering gangbaar werden, kwam er een evolutionair voordeel van een soort van innerlijke spraak. Het is goed voorstelbaar dat de eerste pogingen tot innerlijke spraak de meest elementaire sociale handeling weerspiegelden: die van een gesproken opdracht van de ene persoon tot de andere.

Deze internalisatie van een communicatieve handeling – die per definitie altijd twee partijen vereist – is een mogelijke verklaring voor de oorsprong van de bicameral mind. De innerlijke stem spreekt, de mens gehoorzaamt. In een vroeg stadium waren deze stemmen misschien een soort echo's van een opdracht van een leider. In een meer gevorderd stadium kunnen de stemmen steeds intelligenter geworden zijn en werden ze wellicht toegeschreven aan een hoger wezen.

Deze mentale structuur zou de bindende kracht worden van de eerste beschavingen. De stem was de macht die voorafging aan belangrijke handelingen (bedenk dat er in deze fase nog geen geschreven wet bestond). Dit verklaart waarom koningen van vlees en bloed werden gelijkgesteld aan goden. Zij waren in een zeer reële zin goden. Namelijk in die zin dat ze, in laatste instantie, de stem waren die moest worden gehoorzaamd (Jaynes vertaalt het merkwaardige Oud-Egyptische woord ka, dat geleerden altijd hadden vertaald met ziel of kosmische dubbelganger, simpelweg met stem).

De ineenstorting van de bicamerale geest

De bicameral mind groeide dus organisch vanuit een bepaalde sociale structuur. En het mes snijdt aan twee kanten: de bicameral mind was voor zijn voortbestaan afhankelijk van zo’n structuur. Toen samenlevingen groter en complexer werden, werd ook de huishouding van de bicameral mind complexer. Er waren allerlei tussenpersonen/priesters, ‘tussengoden’ en afgodsbeelden nodig om de boel op orde te houden (afgodsbeelden hebben volgens Jaynes’ theorie de functie van het opwekken van de stem van de god).

Het is aannemelijk dat een samenleving die op een dergelijke ‘bureaucratisch’/bicamerale manier georganiseerd is, bij een bepaalde kritische massa kwetsbaar wordt, als een kaartenhuis dat te hoog wordt opgebouwd. Inderdaad zijn er voorbeelden in de geschiedenis van dynastieën die zonder aanwijsbare externe oorzaak in elkaar stortten. Om maar te zwijgen over het effect van een grote natuurramp op zo’n fragiel bouwwerk. Een andere inbreuk op het gezag van de bicameral mind was de uitvinding van het schrift. De eerste krabbels waren een eerste stap op weg naar een machtsovername. Niet langer zouden stemmen, maar in plaats daarvan de in steen of op papier vastgelegde wet het hoogste gezag krijgen.

De rigide bicameral mind is niet voldoende flexibel om ingewikkelde sociale dynamiek op te vangen. Wat ook de aanleiding is geweest (een grote natuurramp?), uit alle bronnen blijkt dat het in het tweede millennium voor Christus in het huidige Midden-Oosten een chaos was van volksverhuizing en oorlog. Uit diezelfde tijd komen de eerste bewijzen voor het afbrokkelen van de bicameral mind.

De afbeeldingen uit deze periode tonen iets dat nog nooit voorgekomen was: een koning die knielt voor een lege troon. De teksten uit die tijd spreken van goden die de mens verlaten hebben:

My god has forsaken me and disappeared,
My goddess has failed me and keeps at a distance,
The good angel who walked beside me has disappeared

(spijkerschrift uit de tijd van Koning Marduk van Babylon, rond 1230 v. Chr., p.225)

Een verzuchting die tegenwoordig ook nog herkenbaar is. Het verschil is echter dat het verlangen naar God bij de moderne mens een romantisch verlangen is, terwijl de mensen van drie millennia geleden zich verlaten voelden in de meest letterlijke, praktische zin van het woord.

Het ontstaan van bewustzijn

In horten en stoten, met tussenfases en terugvallen, kwam een nieuwe mentale organisatie tot stand. Een aantal ingrediënten van bewustzijn waren hierbij wezenlijk. Een daarvan is de verruimtelijking (spatialization) van concepten. Bepaalde concepten kunnen alleen maar bestaan als ze in een ruimtelijke metafoor zijn gegoten. ‘Tijd’ is het belangrijkste voorbeeld. Het briljante idee om tijd voor te stellen als iets ruimtelijks, bijvoorbeeld als een tijdlijn, opent een scala aan nieuwe mogelijkheden. Geschiedschrijving wordt mogelijk, zowel van een volk als van een individu: wij herschrijven dagelijks onze eigen autobiografie en dit is een wezenlijk aspect van bewustzijn. Het maakt een stabiel ‘zelf’ mogelijk.

Een ander wezenlijke voorwaarde voor bewustzijn is het inzicht dat menselijk handelen niet door een god, maar door de mens zelf wordt veroorzaakt. De oorzaak van handelen moest, met andere woorden, geïnternaliseerd worden. Enkele hoofdstukken van The Origin gaan over de complexe ontstaansgeschiedenis hiervan. Daarvan volgt hier een kort verslag.

Toen de bicameral mind in verval was geraakt, moest de mens voor het eerst zelf beslissingen gaan maken. De eerste pogingen op dit gebied vallen onder de noemer divination. Daartoe horen het bestuderen van omens, het kijken in de sterren, het gooien van stokjes of bonen (sortilege), het ‘lezen’ van ingewanden van dieren, enzovoort. Het zijn allemaal methoden waarbij de wil van de goden, die nog wel bestaan, maar niet meer gehoord worden, geprojecteerd werd in de buitenwereld. Besluitvorming was in deze fase dus nog een uitwendig proces. Jaynes:

What is important here is to understand provoked divination such as sortilege as involving the same kind of generative processes that develop consciousness, but in an exopsychic nonsubjective manner.

De Ilias en Odyssee als overgangsperiode

De volgende belangrijke stappen vonden plaats toen deze ‘exopsychische’ methodes geïnternaliseerd werden. De goden werden daardoor overbodig, althans als aanstichters van menselijk handelen. De mens leerde zichzelf te gaan beschouwen als oorzaak van zijn eigen daden - hij deed dingen uit eigen beweging. Wat was meer voor de hand liggend dan dat de waarnemingen van het eigen lichaam als oorzaak van deze 'beweging' werden aangemerkt? In de Ilias zijn dit de kradie, oftewel het hart, en de phrenes, de longen, en de thumos, zeg maar ‘adrenaline’ of staat van ‘vechten-of-vluchten’. Het is de thumos die kracht kan geven, de thumos tot wie een man kan spreken en die zelfs een man kan toespreken. Het zijn de phrenes die zich vullen met woede. Noos is waarneming, afgeleid van noein, zien. Deze objectieve betekenis krijgt in de Ilias voor het eerst, voorzichtig, de metaforische, subjectieve betekenis die zo belangrijk is voor bewustzijn (iets ‘zien’ voor je geestesoog). ‘Speak, conceal not in noos, so that we both may know’.

De volgende belangrijke stap is dat bovengenoemde begrippen een metaforische betekenis krijgen. De phrenes of longen kunnen zich niet alleen vullen met woede, er kan ook iets ‘ingestopt’ worden: een voorstelling bijvoorbeeld.

All these metaphors are extremely important. Saying that the internal sensations of large circulatory and muscular changes are a thing into which strength can be put is to generate an imagined ‘space’, here located always in the chest, which is the forerunner of the mind-space of contemporary consciousness. And to compare the function of that sensation to that of another person or even to the less-frequent gods is to begin those metaphor processes that will later become the analog ‘I’.

In de Odyssee krijgen bovengenoemde woorden nog rijkere en meer bewustzijn-achtige betekenissen. De thumos kan een commando geven, de phrenes kunnen zelfs de beschrijving van een toekomstige gebeurtenis bevatten of een geheim. Het kradie (hart) geeft Odysseus een waarschuwing voor naderend gevaar. Dit zijn allemaal functies die voorheen door de goden werden bekleed en nadien door een ‘ik’, dat al deze functies in zich verenigt.

De voltooiing van de ontwikkeling van deze mindspace leidt tot een explosie van oud-Griekse wijsbegeerte en filosofie. Een hele groep kennisdomeinen ontstaat en kan verkend worden. Waarvan is deze pas ontdekte geest gemaakt? Is hij onsterfelijk? De eerste grote figuur van deze nieuwe orde is Solon van Athene, met zijn revolutionaire adagium ‘Ken uzelf’ - een aansporing die in vroegere tijden betekenisloos was.

De Bijbel

Jaynes gebruikt als bron ook het Oude Testament, dat gelezen kan worden als een mentaliteitsgeschiedenis. Hij nodigt ons uit om de boeken Amos en Prediker eens naast elkaar te leggen. Amos is een voorbeeld van de bicameral mind in actie (‘Zo spreekt Jahweh’). Prediker, dat dateert van zes eeuwen later, is een voorbeeld van subjectief bewustzijn (‘Ik zei bij mijzelf: …’). In de zes tussenliggende eeuwen is het tijdperk van de profeten een overgangsperiode. De visioenen of auditieve hallucinaties van de goden worden dan alleen door bepaalde individuen gehoord: de profeten. Ook dit gebruik verliest steeds meer aan gezag. Rond 400 voor Christus zijn de profeten van het toneel verdwenen.

Door de overgang naar de nieuwe mentaliteit, is de tijd rijp voor een religieuze reformatie. De leer van het Nieuwe Testament kan gezien worden als een religie voor ‘mensen met bewustzijn’. Schuld, boete en vergeving zijn nu geïnternaliseerd.

Restanten van de bicameral mind

Een heel boekdeel wordt gewijd aan de overblijfselen in onze geest van de oude bicameral mind. Dit interessante deel, dat ik hier niet uitgebreid ga samenvatten, bevat allerlei indirect bewijs voor de ontstaansgeschiedenis van onze huidige mentaliteit. Schizofrenie is al genoemd, maar ook historische fenomenen als orakels en profetie worden behandeld. En tot in de huidige tijd bestaan de fenomenen mediums, astrologie, bezetenheid door demonen, hypnose.. het zijn allemaal geestestoestanden die een verwantschap hebben met de bicameral mind, in die zin dat ze een tijdelijk verminderd bewustzijn inhouden.

Lees ook de citaten en de recensie.

---------

november 2006

Met dank aan

Hilde Smit

Powered By Website Baker