|
|
Geen getwist meer: smaak ontrafeld Revolutionair (!) model voor boeken en films heeft drie dimensies: moreel, poëtisch, realistisch
 Mensen zijn gecompliceerde wezens, een kunstwerk is een gecompliceerd fenomeen. Het is dan ook niet eenvoudig te voorspellen of een boek of film bij iemand in de smaak zal vallen. Je laat een vriend iets moois lezen, maar hij vindt er niets aan. Terwijl jijzelf had zitten snotteren over het lot van de held van het verhaal, je eigen leven en meteen ook maar de hele mensheid. Jouw vriend laat jou op zijn beurt iets zien en hoe welwillend je ook bent, het lachen staat je nader dan het huilen. Over smaak valt niet te twisten zeg je dan maar, om te voorkomen dat je elkaar naar de keel vliegt. Op zulke momenten snap je ineens hoe godsdienstoorlogen ontstaan. Want het is toch niet te verteren dat de ander zo’n plaat voor zijn kop heeft dat hij de schoonheid en de betekenis van dat mooie boek niet kan waarderen. Wat een armzalig innerlijk leven moet die persoon hebben. De dode ziel, de ketter... Mijn onbegrip dreef me tot wanhoop. Ik kon me niet beheersen en heb besloten het onmogelijke te proberen. Of zou het toch mogelijk zijn om literatuurkritiek en filmkritiek in het domein van het wetenschappelijke te trekken? Er bestaan persoonlijkheidsmodellen voor mensen, dus waarom dan niet voor boeken en films? Ik heb redenen om optimistisch te zijn. Een daarvan is dat er bepaalde mensen zijn met wie ik het altijd eens ben over wat mooi is. Sommige recensenten vertrouw ik bijna blind op hun oordeel. Bepaalde schrijvers, zoals Charles Bukowski, hebben met hun tips mijn gedwaal langs de schappen veel eenvoudiger gemaakt. Er is dus soms eenvormigheid, orde temidden van de willekeur. Die orde moet toch vatbaar zijn voor analyse? De vraag is de volgende. Wat zijn de belangrijkste dimensies waarin een boek, film, of in het algemeen een kunstwerk uiteenvalt (in dit stuk beperk ik me tot boeken, films en liedteksten)? Toen ik hierover ging denken, kwamen er veel kandidaten in me op. Bijvoorbeeld: het verschil tussen komedies en tragedies, tussen opgewekt en neerslachtig, conventioneel en origineel, met happy end of een droevig einde… Na wat gegoochel en geprobeer kwam ik tot de volgende kandidaat-dimensies: moreel versus amoreel, poëtisch versus prozaïsch, en realistisch versus surrealistisch. Drie dimensies, dat maakt twee tot de derde is acht hokjes. Hoe wil ik met een net met acht grove mazen al die kleine visjes vangen in de zee der schone kunsten? Dat kan me niet schelen, ik ga het toch doen. 1. Moreel versus Amoreel
In het gelovige zuiden van de Verenigde Staten konden muzikanten kiezen voor God of voor de duivel. Ze kozen voor een carrière als pianist in het kerkkoor of juist in een vunzige rock'n'roll band of een bordeel. In beide gevallen konden ze bezielde en geraffineerde muziek maken, maar er was een wezenlijk verschil van spirit. Een moreel verhaal in mijn definitie gaat kort gezegd over een goed mens. Een mens die ondanks zijn beperkingen het goede probeert te doen. In sommige gevallen wordt deze moraal ook expliciet verwoord, maar dit is niet noodzakelijk. Een amoreel verhaal gaat grof gezegd over een slecht mens. In het gunstige geval is hij slecht zonder daarbij hypocriet te zijn, en met een grote grijns op zijn gezicht. Moreel is niet hetzelfde als moraal. Een moreel statement hoeft niet op een vervelende manier, met een geheven vingertje, gemaakt te worden. De teksten van Ramses Shaffy zijn moreel omdat hij de mens aanspoort tot het goede: Mens, durf te leven, Hoog, Sammy, kijk omhoog... Hij schrijft liederen met een ‘boodschap’, maar geen saaie boodschap: de teksten zinderen van levenslust en bravoure. Aan de andere kant is niet elke kunstuiting die een boodschap heeft, moreel. Een film als Natural born killers, waarin een stel moordend de Verenigde Staten doorkrui st, is een amorele film. Al zit er misschien de impliciete boodschap in dat de massamedia de schuld zijn van dergelijke excessen. Zo'n boodschap is echter vaak flinterdun en hooguit een excuus van de maker om zijn personages lekker amoreel los te laten gaan. Een amorele benadering sluit niet uit dat de kunstenaar een grote gevoeligheid heeft en wel degelijk geeft om het lot van de held (of zijn slachtoffers). Hij kiest er alleen voor om zijn lezers/kijkers een weinig rooskleurig beeld te schetsen. Hij gebruikt geweld, nihilisme, verval om zijn verhaal uit te beelden. Hij neemt er geen afstand van, maar wentelt zich er juist in. Ik moet denken aan Louis-Ferdinand Céline, een van de gevoeligste schrijvers. Maar zie onderstaand citaat voor wat ik bedoel met amoreel.
Dan nu de voorbeelden. Ik heb me hierbij beperkt tot fragmenten uit verhalen en romans, hoewel het principe uit te breiden is tot cabaret en liedteksten. Ik heb steeds meerdere voorbeelden gebruikt per uiterste van een dimensie, zodat de lezer vrij hardhandig duidelijk wordt wat ik bedoel. Moreel | 'Alles is van tevoren bepaald,' zegt Monsieur Ecclesiaste alias de Houtkoning. 'Alleen, wij weten het niet.' Hij schijnt mij een tevreden mens te zijn, zonder haat jegens enig schepsel: zijn manke herdershond van zeventien jaren mag nog altijd met de baas erop uit, en zijn paard van bijna vijfentwintig jaren, kreupel en nog slechts tot een enkel uurtje ploegen in staat, mag in de weelderige schaduw van de twee hoge kersebomen blijven grazen en het grootste deel van de dag verdromen. 'Het zijn je kameraden,' legt de Houtkoning mij met een zekere verlegenheid in zijn stem uit. 'Gaat u mee, even een verre drinken?' (Gerard Reve, Genade) |
– Maar wat is daar voor verwonderlijks aan? Zeggen jullie natuurlijk. Die Kolosow van jou werd verliefd op een meisje, bekoelde weer en liet haar in de steek… Dat is toch iedereen wel eens overkomen. Dat ben ik met jullie eens. Maar wie van ons heeft het klaar gespeeld op het juiste moment met zijn verleden te breken? En zeg eens eerlijk, wie is niet bang voor verwijten? Ik zeg niet eens verwijten van een vrouw… verwijten van de eerste beste stomkop? Wie is wel niet eens voor de verleiding bezweken, zijn edelmoedigheid ten toon te spreiden, of uit ijdelheid met het hart dat je geschonken wordt, te spelen? […] In het begin van het verhaal heb ik gezegd, dat wij Andrej Kolosow een buitengewoon man vonden. En wanneer men een eenvoudige, heldere kijk op het leven, het ontbreken van elke pose als een ongewoon iets bij een jongeman beschouwt, dan verdiende Kolosow deze benaming zeer zeker. Wanneer je op een bepaalde leeftijd jezelf kunt zijn, ben je buitengewoon… Maar laat ik ophouden. (Iwan Toergenjew, Andrej Kolosow) |
Amoreel
Haastig gaf ze me nog heel wat meer details over de toestand van haar moeder in Chicago. Ze was plotseling heel lief en vertrouwelijk geworden, ze zocht inwendig steun bij me, ’t was sterker dan zij zelf. Ik had haar goed beet. -En wat denk jij, Ferdinand, je gelooft toch ook dat ze m’n moeder zullen genezen, he? -Nee, zei ik kort en krachtig, kanker aan de lever is volkomen ongeneeslijk. Ze werd spierwit. ’t Was de allereerste keer dat ik meemaakte dat die slet door iets van d’r stuk gebracht werd. (Louis-Ferdinand Céline, Reis naar het einde van de nacht) |
Dus blijf maar rustig liggen. Niemand trekt ergens een stekker uit zolang Misty geen manier gevonden heeft om uit de gore shit te raken waarin je haar hebt achtergelaten. Voor het geval je het je niet herinnert, elke keer als ze bij je op bezoek komt, draagt ze een van die broches met imitatiejuwelen die je haar hebt gegeven. Misty verwijdert hem van haar jas en maakt de speld open. Die is natuurlijk gesteriliseerd met schoonmaakalcohol. God verhoede dat je er littekens aan zou overhouden of een stafylokokkeninfectie. Ze prikt de speld van de harige oude broche – heel, heel traag – door het vlees van je hand of je voet of je arm. Tot ze op bot stuit, of tot hij er aan de andere kant weer uit komt. Als er bloed vloeit, dept Misty het op. Het is zó nostalgisch. (Chuck Palahniuk, Dagboek, een roman) |
2. Poëtisch versus Prozaïsch
Poëtisch taalgebruik, of het ontbreken ervan, is een wezenlijk aspect van de stijl van een boek of film. Een poëtische kunstenaar maakt gebruikt van metafoor, ‘verdichte’ uitingen, symbolen. Sommige schrijvers en lezers houden zich hier verre van. Misschien omdat ze allergisch zijn voor de mogelijkheid dat een vergelijking de plank misslaat. Of vanwege het cliché dat op de loer ligt: ‘Mijn liefde is als een roos die bloeit’, enzovoort. Dichterlijke mensen vinden echter dat een boodschap pas krachtig overkomt met een rake vergelijking. De dichterlijkheid van iets staat overigens los van de clichématigheid: ook op een prozaïsche manier kunnen zowel clichés als originele dingen worden uitgedrukt. Poëtisch | Men moet de mensen van bovenaf bekijken. Ik deed het licht uit en ging voor het raam staan: zij hadden er zelfs geen vermoeden van dat ze van bovenaf konden worden gadegeslagen. Ze zien er van voren en soms ook van achteren verzorgd uit, maar al hun effect is berekend op waarnemers van een meter zeventig. Wie heeft er ooit nagedacht over de vorm van een bolhoed gezien vanaf een zesde etage? Ze vergeten hun schouders en schedels met heldere kleuren en opzichtige stoffen te bedekken; ze verstaan de kunst niet om tegen de grote vijand van het Menselijke ten strijde te trekken: het uitzicht van boven. Ik leunde uit het raam en ik lachte: waar bleef nu hun beroemde 'verticale gang', waarop zij zo trots waren? Ze waren op het trottoir geplet en twee lange, half kruipende benen kwamen vanonder hun schouders te voorschijn (Jean-Paul Sartre, Herostratos) |
| Het gebeurde drie uur geleden. Uit verveling staarde Shimamura naar zijn linker wijsvinger, die hij op allerlei manieren liet bewegen. Alleen die vinger had een levendige herinnering aan de vrouw naar wie hij op weg was. Hoe meer hij zich inspande om zich haar beeld helder voor de geest te halen, hoe meer het vervaagde en hoe minder tastbaar het werd. Alleen die vinger wist ook nu nog hoe hij haar aanraakte en alleen die vinger scheen S. naar haar verre aanwezigheid toe te trekken. (Yasunari Kawabata, Sneeuwland) |
Prozaïsch Het is twee uur 's nachts en heet en we zitten bij de Edge in de achterzaal en Trent past mijn zonnebril en ik zeg tegen hem dat ik weg wil. Trent zegt dat we zó weggaan, een paar minuutjes misschien nog. De muziek van de dansvloer lijkt te hard en elke keer als de muziek stopt en een ander nummer inzet irriteert me dat weer. Ik leun achteruit tegen de bakstenen muur en zie hoe twee jongens elkaar in een donker hoekje omhelzen. Trent voelt dat ik gespannen ben en zegt: 'Wat wil je dán dat ik doe? Wil je een Quaalude, is dat het?' (Bret Easton Ellis, Minder dan niets) |
| Meneer Shepherd haastte zich hem te verzekeren dat admiraal Croft een bijzonder knappe, fris en gezond ogende man was, weliswaar een beetje verweerd, maar niet heel erg, en een echte heer in al zijn ideeën en manieren. Hij zou waarschijnlijk niet moeilijk doen over de voorwaarden – wilde gewoon een gerieflijk huis dat hij zo gauw mogelijk kon betrekken. Hij wist dat hij voor die weelde moest betalen, wist hoeveel een gemeubileerd huis van zo veel allure zou moeten opbrengen – zou niet vreemd hebben opgekeken als Sir Walter meer had gevraagd. Hij had naar de omliggende gronden geïnformeerd, zou graag toestemming krijgen om er te jagen, zeker, maar maakte er geen punt van, nam naar eigen zeggen wel eens een geweer mee naar buiten, maar schoot nooit iets – in elk opzicht een echte heer. (Jane Austen, Overtuiging) |
3. Realistisch versus Surrealistisch Deze dimensie is een aspect van het decor waartegen de gebeurtenissen zich afspelen, en ook van de logica van de gebeurtenissen. Is het verhaal opgebouwd uit surrealistische, mythische, fabelachtige elementen? Of is het leven van alledag de grondstof? Breekt het verhaal met wetten van de logica en fysica, of houdt het er zich keurig aan? Mensen die je vaak hoort zeggen: dat kan toch helemaal niet! houden waarschijnlijk meer van verhalen aan het realistische eind van het spectrum. Ik heb trouwens het vermoeden dat deze dimensie verband houdt (correleert) met dimensie 2, maar dat hoeft niet per se. Een surrealistisch decor kan best in heldere, niet-poëtische bewoordingen beschreven worden. Realistisch
| Marcus was tailleur, lang geleden voor de oorlog, een energieke man met een ruige bos grijzend haar, fijne, tere wenkbrauwen en goedige handen, die relatief laat in zijn leven een herenmodezaak was begonnen. Aangezien zijn succes zijn gezondheid ondermijnde, moest hij in de achterkamer een hulpkleermaker tewerkstellen die kleren vermaakte, maar die als het werk zich opstapelde, niet ook nog kon persen, zodat het nodig werd er een perser bij te nemen; en zo liep de zaak goed, en toch niet echt goed (Bernard Malamud, Het wordt mijn dood) |
| Toen ik den volgenden ochtend tegen negenen in Amsterdam aankwam en op ’t plein voor ’t Centraalstation stond, zag ik allerlei electrische trammen die ik daar nog nooit gezien had en huurauto’s en agenten van politie met petten op in plaats van helmen. Maar ’t Damrak hadden ze nog niet gedempt, ik zag de achterkanten van de huizen van de Warmoesstraat weer vlak aan ’t water staan en den toren van de Oude kerk aan ’t eind er boven uit. Dat was dus nog in orde. (Nescio, Titaantjes) |
Surrealistisch Het was laat in de avond toen K. aankwam. Het dorp lag diep onder de sneeuw. Van de berg waarop het slot stond was niets te zien, hij was omgeven door mist en duisternis, zelfs niet het zwakste schijnsel duidde aan waar het grote slot lag. Lange tijd stond K. stil op de houten brug die van de grote weg naar het dorp leidde, en keek omhoog in de schijnbare leegte. (Franz Kafka, Het Slot) |
| Het was zo, het was niet zo dat toen Saladin Chamcha’s gevangenschap in het lichaam van de duivel en de zolderkamer van Pension Sjaandar weken en maanden ging aanlopen, onmogelijk verborgen kon blijven dat zijn toestand gestaag achteruitging. Zijn horens waren (niettegenstaande hun één keer kort en onopgemerkt inkrimpen) zowel dikker als langer geworden, krulden zich tot grillige arabesken, wikkelden zijn hoofd in een tulband van donkerkleurend bot. (Salman Rushdie, De Duivelsverzen) |
Conclusie
Heeft deze indeling voorspellende waarde? Is het zo dat een bepaald persoon overwegend houdt van verhalen die bijvoorbeeld moreel, poëtisch en realistisch zijn? Ik vraag het me af. Het kan best zo zijn dat een kunstenaar zich van werk tot werk, of zelfs binnen een werk, beweegt tussen verschillende uitersten van een dimensie. Een zanger als Johnny Cash verplaatst zich in het ene lied met satanisch genoegen in een moordenaar, om daarna in een gospel op zoek te gaan naar de Here God. Mijn model is dan ook niet altijd in staat om bepaalde artiesten in een hokje te stoppen. Zelfs individuele werken zijn daarvoor soms nog te grillig. Als lezer/kijker kun je, afhankelijk van je stemming, van beide uitersten houden. Maar ik hoop tenminste dat het model wat houvast geeft bij die frusterend moeilijke discussies over waarom iets niet aanspreekt of juist wel. Case: Hans Teeuwen versus Theo Maassen Ik verbaas me me er steeds weer over dat er mensen zijn die Hans Teeuwen en Theo Maassen verwarren. Maassen staat meer dan Teeuwen in de moralistische stroming van het Nederlandse cabaret. Hij stelt zichzelf vragen over wat een goed leven is, de dilemma's waarvoor hij zich in deze maatschappij geplaatst ziet. Teeuwen zul je dat nooit zien doen. Hij wentelt zich juist in de slechtheid van zijn types. De verhalen van Theo Maassen spelen meestal in een min of meer realistische omgeving, terwijl Teeuwen soms met surrealistische, fabelachtige vertellingen komt. Van de twee is Teeuwen waarschijnlijk het meest dichterlijk, maar dat komt ten dele omdat hij zingt, een genre dat veel sneller naar het dichterlijke trekt.
Case: past Pulp Fiction in een hokje? Is Pulp Fiction een amorele film? In zekere zin wel, want het verhaal gaat over gewelddadige mensen die ouwehoeren over fast food. In een andere zin heeft de thematiek een morele inslag. De meeste personages moeten in een crisissituatie een beslissing nemen en kiezen daarbij meestal voor het goede. Hoewel dat vaak op de lachspieren werkt (het horloge van Butch, de transitional period van Jules Winnfield). Is de film dichterlijk? Ik denk het wel. Bijna elke dialoog is een juweeltje van creatief woordgebruik. Je kunt je complete vocabulaire modelleren op de dialogen en oneliners uit de scenes. Normally both yo asses would be dead as fuckin' fried chicken is poëzie van een grove soort, maar niettemin poëzie. Realistisch of surrealistisch ten slotte? Ik zou zeggen ergens in het midden. Het verhaal speelt zich af in een duidelijk omschreven plaats, Los Angeles, en de meeste dingen die gebeuren zijn niet logisch onmogelijk. Maar de scene in de martelkelder, de scene van Mia die met een injectie tot leven wordt gewekt, 'Marvin' die per ongeluk in het gezicht wordt geschoten... deze scenes zijn bijna surrealistisch in de groteske manier waarop ze met leven en dood omgaan.
---------------------------- februari 2009
[Mijn website is allerminst 2.0 maar dat wil niet zeggen dat ik niet graag commentaar krijg op mijn stukken! Stuur een mailtje naar erikweijers [apestaartje] gmail.com. Ook als je op de hoogte gehouden wilt worden van de publicatie van nieuwe artikelen.] |