Artikelen van Erik Weijers

Wat Nescio weglaat

NescioVan Nescio heeft Reve naar eigen zeggen geleerd wat hij niet moet schrijven. Met die ogen ben ik Nescio gaan lezen. Is hij een meester van de weglating?

Ik las het verhaal Verliefdheid, uit de bundel Boven het dal:

‘Op een mooien, luchtigen dag in ’t begin van Mei, toen groote witte wolken langs de blauwe lucht bewogen, liep Ko van der Wielen, scepticus, op het pad dat van den straatweg Maastricht-Vaals naar het dorpje Bemelen leidt.’

Tot zover inderdaad geen woord te veel. Het ene woordje scepticus doet het hem natuurlijk. Het verlevendigt de neutrale openingszin en je weet dat je niet te doen hebt met een verhaal van pakweg Van Eeden.

En neem het volgende citaat:

‘Ze zag hem en kleurde. En in eens was hij een gewone nette heer, hij stond op, groette, ging naar haar toe: ‘Dag juffrouw Oosting, hoe maakt U ‘t?’ ‘O, dank U, heel wel, en U?’ Hij was heel wel. En wat toevallig en is U op fietstocht? Wat een prachtig weer, ze troffen ’t allebei wel. En zoo’n prachtige streek. ‘U logeert heel mooi’ (hij vond de omgeving veel te pensionnerig, ’t hotel banaal, de villa aan de overkant poenig, er waren overal te veel ingangen met halve cirkels van ijzer er boven met een opschrift en te veel bordjes aan de boomen gespijkerd en overal zag je ’t vriendelijke Hollandsche woord ‘Ansichten’, maar dat zei hij niet, hij wou vooral niet altijd wat bijzonders hebben). En of haar ma hier ook gelogeerd was. Ma was wat laat, ze had hoofdpijn. Ja, dat zou wel, van de hooge lucht. En of ze al veel van de omgeving had gezien en hoe ze Maastricht vond. Maastricht was veel drukker dan ze gedacht had en wat zag je er een Belgen. En of ze nog in een kolenmijn wilde. Dat was een aardigheidje van ‘m, een aardigheidje voor jonge dames. Hij probeerde te zien wat voor boek ze daar had. ‘Lydia’s verloving’.
Hij was een gewone, nette heer, hij was niet verliefd. Waar was de man, die die visioenen had gehad van onbedekte stukken vrouw in dien zoelen lenteavond? En dit was ’t meisje dat heel Limburg had gevuld in de nacht en hem tot razernij getempteerd. Een kolenmijn, daar dorst ze niet in, de liftkabel mocht eens breken of een gang instorten, en dan – zoo erg donker.’

Dit kan nauwelijks een spaarzame schrijfstijl genoemd worden. Wel is Nescio hier spaarzaam met bepaalde informatie. Het is een kwestie van verhouding, van nadruk. De dialoog vol beleefdheden wordt monotoon opgesomd, terwijl juffrouw Oosting praktisch onzichtbaar blijft. De verteller is in zichzelf gekeerd en tergt ons met een lange opsomming van zijn mening over de omgeving. Toch werken de weglatingen van deze scène op een bepaalde manier. Een mindere schrijver had misschien geschreven: ‘En gaat u nog een kolenmijn in?’ vroeg ik plagend. Ze lachte verlegen en antwoordde: ‘dat durf ik toch niet, dat is veel te donker.’ Nescio kiest er juist voor om zich op dit punt terug te trekken in de verteller. Pas in de volgende alinea lezen we een summiere samenvatting van de reactie van die lieve juffrouw Oosting.

Er wordt ons iets onthouden, misschien als aanwijzing dat de verliefdheid toch vergeefs is. Het verhaal eindigt zo:

‘Hij had hun adres in Amsterdam. Heel zorgvuldig scheurdeni ’t blaadje uit z’n notitie-boekje. Er was niets om de snippers in te doen dan al die kwispedooren, dat vonti niet aardig. Eigenlijk was ze een lief kind met een frisch, zacht gezichtje.
     Toen stopte-n-i de snippers maar in z’n zak en vergat ze totti ze dien avond weer voelde op de oue brug over de Roer in Roermond.’

Exit verliefdheid.

Overigens las ik pas later het volledige citaat van Reve, kennelijk uitgesproken in een tv-programma (1964):

'Nescio schreef, nadat er tientallen en tientallen jaren tonnen hoogdravende onzin over de Nederlandse lezer waren uitgestort, als een gewoon mens. Dat heeft zijn erkenning moeilijk gemaakt. Mede daarvoor, geloof ik, is zijn werk nooit naar waarde geschat.

Hij heeft een grote invloed op mijn werk gehad en heeft dat eigenlijk nog steeds. En ik bedoel dat niet zozeer wat betreft de stijl, maar meer wat betreft de visie. Ik voltooi eigenlijk geen bladzij, zonder dat ik tenminste een keer aan Nescio heb gedacht. Ik citeer hem zoals U weet geregeld, maar de invloed in zijn geschriften op mij uit zich niet zozeer in wat ik schrijf, als wel wat ik niét schrijf, want ik geloof dat hij mij behoedt voor die al te lachwekkende grootheidswaan.'

Het blijkt dus dat Reve Nescio niet (alleen) bewondert om een beknopte stijl, maar om een beknopte visie/thematiek. Inderdaad is het universum van Nescio’s verteller niet groter dan diens gesprekken met juffrouwen, avondlijke discussies met vrienden, treinreizen en natuurwandelingen. Is het omdat dit alles zo verdacht veel op mijn eigen leven lijkt, dat ik wel houd van Nescio? Of om zijn schrijfstijl? Allebei, vermoed ik.

---------

september 2006

Link

Nescio: 'Schrijft u over mij maar niks'

Powered By Website Baker