|
|
Harry Mulisch volgens Snoeres en Snoeres
- Ik zag Harry Mulisch laatst zitten, in de buurt van Zuid WTC. Hij keek me verbaasd aan, alsof hij me ergens van kende. - Ja, hij heeft altijd zo’n quasi verbaasde uitdrukking op zijn tronie. - Ik knikte hem toe van nee. Ik heb het ook eigenlijk wel gehad met hem. - Bij mij gaat het verder. Het is blinde haat. Ik weet niet waar die vandaan komt. - Haat schijnt hij al vanaf zijn zeventiende op te roepen. Vanaf die tijd wordt hij gehaat, door bijna iedereen. - Ik draag graag mijn steentje bij. - Hij heeft die haat nodig, als compensatie voor het gebrek aan werkelijk leed in zijn leven. - Dan was de oorlog een moeilijke tijd voor hem. Toen werd hij minder gehaat, vanwege de Duitsers. - Ja, en zo heeft de oorlog voor hem ook een thematisch belangrijke functie gekregen. - Hij beschrijft dat ook heel gevoelig in De Aanslag. - Wist je dat hij ook een boek over twee lesbische vrouwen heeft geschreven? Het is een van de weinige boeken over dat onderwerp die ik niet wil lezen. - Staan er plaatjes in? - Vast niet. - Zijn de lesbische vrouwen toevallig ook vampiers? - Nee. - Jammer. Ik ga even op het internet zoeken naar lesbische vampiers. |
|
|