|
De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880, in enige commentaren, volgens Snoeres en Snoeres 'Ze bespreken zonder end, de poëzie die geen van hen kent'
 Ronald Giphart: 'Hij heeft te weinig geleden. Daarom moeten we hem pijn doen.'
Hugo Claus: 'Hij kan een situatie neerzetten, een sfeer scheppen. Het Belgische platteland, Luikse wafels.'
Nicolaas Matsier: 'De wolken dreven voorbij als schapen die nog geschoren moesten worden.’
Harry Mulisch: 'Haat schijnt hij al vanaf zijn zeventiende op te roepen. Vanaf die tijd wordt hij gehaat, door bijna iedereen.'
Gerard Reve: 'Maar als de ontoereikendheid van de liefde concreet wordt gemaakt met anale seks tussen twee mannen, dan lees ik dat liever niet.'
Nescio: 'Hij definieert wat het is om met een tram door Berg en Dal te rijden, met naast je de jongere zus van je vrouw.'
|